Herkenrade 7
6265 NG Sint Geertruid
Annie Versteeg
Tel. 06 1383 9307

Christa Simons
Tel. 06 2292 4101
info@horizontas.nl

Inleiding Basisbegrippen Methode Paulo Freire

Inleiding

Paulo Freire werd geboren op 19 september 1921 in Recife in de staat Pernambuco in het Noordoosten van Brazilie. Op 2 mei 1997 overleed hij aan een hartstilstand in Sao Paulo in Brazilie. Hij studeerde rechten en werkte kort als advocaat.
Van 1941 tot 1946 werkte hij als leraar Portugees op middelbare scholen. Daarna was hij tot 1954 hij directeur van het Departement van Onderwijs en Cultuur, daarna was hij directeur bij de Sociale Dienst van de staat Pernambuco.

In 1961 begint hij zijn studies en onderzoek ten bate van zijn Pedagogie van de Bevrijding. Hij wordt directeur voor de Cultural Extension Service van de Universiteit van Recife. In 1962 waren bijvoorbeeld in Noordoost Brazilie op een bevolking van 25 miljoen 15 miljoen mensen analfabeet. Hierdoor werd aan hen basisrechten, zoals het stemrecht ontzegd. Voor hen werden veel alfabetiseringsprogramma's opgezet. Uit zijn werk groeide de Movimento de Educação de Base (Beweging voor Basiseducatie / Volksonderwijs). Vooral zijn werk in de alfabetiseringsprogramma's voor volwassenen in Angicos in Rio Grande do Norte (NOBrazilie) gaf hem veel bekendheid en leidde ertoe dat de toenmalige Braziliaanse regering hem benoemde tot voorzitter van de Nationale Commissie voor Volkscultuur.

De situatie in het arme Noordoosten van Brazilie waar hij was geboren en waar hij werkte leidde ertoe dat hij een methode ontwikkelde om de achterstand van de bevolking op het gebied van onderwijs en hiermee de beperking van hun handelingsvrijheid en eigen beïnvloeding van hun situatie tegen te gaan. Hij paste zijn ideeën zelf in eerste instantie toe in de alfabetiseringstrainingen voor volwassenen.
Na de militaire coup in 1964 werd Freire als een gevaarlijke politieke pedagoog beschouwd en werd hij gevangen gezet. Na 70 dagen gaat hij gedwongen in ballingschap in Chili. Daar werkt hij vijf jaar voor internationale organisaties in het kader van de Christelijke Agrarische Hervormingsbeweging.
In 1969 gaf hij kort als gastdocent les aan de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten waarna hij naar Genève verhuisde om daar als speciale onderwijsadviseur voor de Wereldraad van Kerken te werken. Tien jaar later hief de Braziliaanse militaire regering zijn reisbeperking op en kon hij eindelijk terugkeren naar Brazilie.
In 1989 werd hij benoemd tot wethouder van Onderwijs in São Paulo en kreeg hij de kans om zijn ideeën in zijn eigen land te implementeren. Hij beperkte dit niet alleen tot volwassenenonderwijs maar voerde ook vernieuwingen door in het de lesprogramma's van scholen, schoolbesturen en de lerarenopleidingen.

Er zijn Paulo Freire Instituten aan universiteiten in verscheidene landen zoals in Los Angeles, VS en in Porto, Portugal.

De methode en de sleutelbegrippen

In zijn boek A Pedagogia do Oprimido: De Pedagogiek van de Onderdrukte zet hij zijn ideeën uiteen.
Het kernpunt van zijn alfabetiseringsmethode is bewustwording (conscientização). Als mensen zich bewust worden van de onderdrukkende mechanismen in de wereld waarin ze leven, kunnen ze maatregelen nemen om zich hiervan te bevrijden. Freire onderscheidt drie niveau's van bewustzijn:

  • het magisch bewustzijn: je ervaart de gebeurtenissen en feiten die plaatshebben, maar je begrijpt de oorzaak niet en brengt ze niet met elkaar in verband.
  • het naïef bewustzijn: je ontkent de feiten en gebeurtenissen om je heen en je gedraagt je alsof ze niet bestaan
  • het kritisch bewustzijn: je probeert de feiten en gebeurtenissen te begrijpen en te interpreteren. Je gedrag is gebaseerd op dit begrijpen en interpreteren en niet van iets buiten jezelf.

 

Freire kiest voor de mens in het onderwijs en beschouwt onderwijs als daad van inzicht, niet van memoriseren. Hij ziet de mens als een wezen dat in en met de wereld leeft. De mens moet geen object zijn dat alles ondergaat, maar subject van zijn realiteit.
De mens wordt subject omdat hij in staat is om te reflecteren over zichzelf en de wereld waarin hij leeft. Hij is een wezen van relaties en maakt zijn cultuur en geschiedenis.

Freire gelooft in de scheppende vermogens van de mens. Naar zijn overtuiging kan de mens actief ingrijpen in , vorm geven aan de wereld ('zijn in de wereld') , maar hijzelf wordt ook op zijn beurt door de wereld bepaald ('zijn met de wereld'). De relatie met de wereld krijgt gestalte in een dialectisch proces van handelen en denken. De mens handelt en denkt na over dat handelen, handelt opnieuw en treedt wederom in reflectie.

Hij onderscheidt twee belangrijke fases in de educatie: bewustwording en handelen. Tijdens de fase van de bewustwording , worden mensen zich bewust van hun onderdrukking. In de daaropvolgende fase transformeren ze die situatie door te handelen, dit is een permanent proces van bevrijdende culturele actie.
Met zijn filosofie en methode van werken heeft Freire een model aangereikt dat erop gericht is om:

  • groepen actief betrokken te maken
  • apathie te doorbreken
  • een kritisch bewustzijn te ontwikkelen van de oorzaken van problemen.

 

 

Sleutelbegrippen

1. Onderwijs is niet neutraal

Onderwijs is ofwel gericht op het handhaven van de status quo , ofwel gericht op bevrijding van de deelnemers zodat ze kritisch, creatief, vrij en actief worden binnen de maatschappij.

2. Dialoog

Onderwijs dat niet uitgaat van deze opvatting over de mens loopt het risico educatieve methodes te gebruiken die de mens reduceren tot object. Dit soort onderwijs noemt Freire depositair onderwijs: onderwijs waarbij de "alwetende" docent de kennis deponeert in de hoofden van de leerlingen. Tegenover depositair onderwijs stelt Freire onderwijs waarin de dialoog tussen docenten en leerlingen centraal staat. De docent is begeleider of discussiecoördinator.

3. Vitaal Thema

Je gaat met de groep het vitaal thema vaststellen. Dit is een thema/onderwerp dat de deelnemers bezighoudt. Hoe kom je op het spoor van een thema, een probleem of vraag die speelt? Je kunt het op een formele en een informele manier doen. Informeel kan bijvoorbeeld door tijdens het koffiedrinken of een bijeenkomst goed te luisteren naar waar er zoal over gepraat wordt. Ook als je een onderwerp aansnijdt en je ziet dat mensen actief gaan meepraten, rechtop gaan zitten, interesse tonen, dan kan dat een aanwijzing zijn voor een vitaal thema waarmee gewerkt kan worden met de groep.

4. Problematiseren

Samen met de groep op zoek gaan naar de oorzaken van het probleem of de vraag. Je werkt van het magisch bewustzijn naar een kritisch bewustzijn. De begeleider stelt vragen zodat de deelnemers zelf kunnen gaan ontdekken en benoemen.

5. Onderzoeken

Door middel van vragen stellen onderzoeken of de dingen echt zo zijn als je denkt. Ontdekken hoe het werkelijk in elkaar zit. Reflectie en actie moeten voortdurend doorlopen.

6. Verandering

Educatie moet leiden tot verandering. Na het problematiseren en onderzoeken moet men zelf actie ondernemen om tot verandering te komen.

 

What if we discover that our present way of life is irreconcilable with our vocation to become fully human? Paulo Freire 1921-1997